Gerechtshof Den Haag: Kansspelbelasting op Speelautomaten Voldoet aan Europees Recht
Gerechtshof: kansspelbelasting op speelautomaten is niet in strijd met Europees recht
Het Gerechtshof Den Haag heeft geoordeeld dat de Nederlandse kansspelbelasting op speelautomaten niet in strijd is met het Europees recht. De heffing, die sinds 1 juli 2008 wordt geheven over het bruto spelresultaat van speelautomaten, stond al langer ter discussie bij exploitanten die de wettelijke basis van de belasting aanvochten.
Wat hadden exploitanten aangevoerd?
Exploitanten van speelautomaten voerden aan dat de kansspelbelasting het vrije verkeer van diensten binnen de Europese Unie belemmert. Daarnaast stelden zij dat de heffing feitelijk neerkomt op een omzetbelasting, wat op grond van artikel 401 van de Europese btw-richtlijn verboden zou zijn omdat lidstaten naast de btw geen vergelijkbare belasting op omzet mogen instellen.
Het oordeel van het hof
Het Gerechtshof Den Haag verwierp beide argumenten. Volgens het hof kwalificeert de kansspelbelasting niet als een omzetbelasting, omdat de heffing:
niet algemeen van toepassing is op alle goederen en diensten;
niet proportioneel is aan de verkoopprijs;
niet in elk stadium van productie en distributie wordt geheven; en
geen systeem van btw-aftrek kent.
Daarmee sluit de uitspraak aan bij eerdere jurisprudentie, waaronder een arrest van de Hoge Raad uit 2014 en rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, die eerder al tot dezelfde conclusie kwamen.
Wat betekent dit voor spelers en exploitanten?
Voor spelers verandert er door deze uitspraak niets aan het huidige belastingregime: de kansspelbelasting van 37,8 procent blijft van kracht. Voor exploitanten van speelautomaten en online casino's bevestigt de uitspraak dat de juridische route om de belasting via Europese regelgeving aan te vechten, opnieuw is versmald. Experts verwachten dat de sector zich daardoor meer zal richten op bedrijfsefficiëntie dan op nieuwe rechtszaken tegen de heffing - iets dat volgens sommige waarnemers gevolgen kan hebben voor de bonussen, uitbetalingspercentages (RTP's) en promoties die legale aanbieders hun spelers bieden.
Achtergrond: de discussie over de kansspelbelasting
De hoogte van de Nederlandse kansspelbelasting is al langer onderwerp van discussie. Sinds de verhoging naar 37,8 procent klinkt vanuit de sector kritiek dat de heffing spelers richting het illegale, onvergunde aanbod zou duwen, waar geen belasting wordt afgedragen en spelersbescherming ontbreekt. Deze uitspraak van het Gerechtshof Den Haag doet niets af aan die bredere beleidsdiscussie, maar bevestigt wel dat de juridische grondslag van de huidige heffing overeind blijft.
Bronnen
Dit artikel is gebaseerd op berichtgeving van CasinoBeats Nederland ("Gerechtshof: kansspelbelasting voldoet aan Europees recht", 22 juli 2026) en L1 Nieuws (21 juli 2026).
