DUO Kan Studiefinanciering Niet Zomaar Stopzetten bij Gokverslaving, Zegt Minister Letschert
Minister Rianne Letschert van Justitie en Veiligheid heeft de Tweede Kamer laten weten dat DUO een studiefinanciering niet zomaar kan stopzetten wanneer blijkt dat een student die gebruikt om een gokverslaving te bekostigen. Ze noemt de signalen hierover "zeer zorgelijk", maar erkent tegelijk dat er wettelijk geen grondslag is om in te grijpen op de besteding van studiefinanciering door individuele studenten.
Wat zegt minister Letschert precies?
In haar reactie aan de Tweede Kamer bevestigt Letschert dat er signalen zijn van studenten die hun studiefinanciering inzetten om gokverliezen te dekken. Ze onderstreept dat dit een zorgelijke ontwikkeling is, zeker gezien de kwetsbare positie van jongvolwassenen op het gebied van gokverslaving. Tegelijkertijd is er geen wettelijke basis waarop DUO kan controleren of ingrijpen op de besteding van het geld: studiefinanciering is vrij besteedbaar zodra deze is uitgekeerd.
Waarom kan DUO niet zomaar ingrijpen?
Geen wettelijke bestedingsvoorwaarden
Studiefinanciering wordt uitgekeerd als een vrij te besteden bedrag, bedoeld om studiekosten en levensonderhoud te dekken. Er bestaat geen wettelijke verplichting voor studenten om te verantwoorden waaraan het geld daadwerkelijk wordt uitgegeven. Zonder een dergelijke verplichting heeft DUO geen bevoegdheid om te controleren of, laat staan om in te grijpen wanneer, studiefinanciering aan gokken wordt besteed.
Ouders hebben geen zelfstandig recht op stopzetting
Ook ouders die zich zorgen maken, kunnen DUO niet op eigen initiatief vragen om de studiefinanciering van hun kind stop te zetten. Dat kan alleen wanneer de student zelf hiervoor toestemming geeft. Voor ouders die vermoeden dat hun kind een gokprobleem heeft, is dit een lastige realiteit: zij hebben formeel geen instrument om in te grijpen via DUO.
Welke rol spelen onderwijsinstellingen?
Onderwijsinstellingen hebben vooral een signalerende en doorverwijzende functie. Studentendecanen en studentpsychologen kunnen signalen van financiële problemen of gokgedrag oppikken en studenten doorverwijzen naar passende hulp, maar hebben geen bevoegdheid om in de studiefinanciering zelf in te grijpen. De verantwoordelijkheid ligt daarmee grotendeels bij preventie, herkenning en doorverwijzing, niet bij financiële controle.
Waarom dit vooral jongvolwassenen raakt
Studenten behoren tot de doelgroep die het meest kwetsbaar is voor gokverslaving en die centraal staat in het Nederlandse reclamebeleid voor kansspelen, waaronder het verbod op rolmodellen in gokreclame en de aangescherpte leeftijdsgrenzen. Toegang tot een vast, terugkerend bedrag aan studiefinanciering — zonder bestedingscontrole — kan voor studenten met een ontluikend gokprobleem een extra risico vormen, juist omdat er geen automatische rem op de besteding zit.
Hulp bij gokproblemen als student
Studenten die merken dat ze meer gokken dan ze zich kunnen veroorloven, of die zich zorgen maken over een gokverslaving, kunnen op verschillende plekken terecht:
- Studentendecaan of studentpsycholoog: laagdrempelig aanspreekpunt binnen de eigen onderwijsinstelling.
- Cruks-register: via cruksregister.nl kun je jezelf met DigiD uitsluiten van alle vergunde Nederlandse kansspelaanbieders, voor minimaal zes maanden.
- Gespecialiseerde hulplijnen: organisaties als Agog (agog.nl) en de GGZ bieden gratis en anonieme hulp bij gokproblemen, ook voor jongvolwassenen.
Wat kun je zelf doen?
Voor studenten en hun naasten is het belangrijk te weten dat er geen automatische financiële noodrem bestaat bij misbruik van studiefinanciering voor gokken. Wie zich zorgen maakt — over zichzelf of over een naaste — doet er goed aan zelf het gesprek aan te gaan, gebruik te maken van Cruks als zelfbeschermingsmaatregel, en tijdig hulp te zoeken via de decaan, huisarts of een gespecialiseerde hulplijn. Minister Letschert heeft aangegeven de ontwikkelingen te blijven volgen, maar heeft vooralsnog geen concrete wetswijziging aangekondigd.
